Een oude handbalblessure, pijn tijdens het wandelen en steeds vaker de vraag of haar knie haar nog wel zou houden. Toch twijfelde deze cliënt lang over een knieprothese. Want wanneer zijn je klachten ernstig genoeg voor een operatie? Inmiddels is ze een jaar verder. De pijn is weg, ze kan weer fietsen en zelfs rennen. Maar haar herstel verliep minder snel dan ze vooraf had gedacht. “Je hoort dat het een jaar duurt, maar ergens denk je toch: voor mij zal dat wel meevallen.”
De knieklachten van de 64-jarige Marie-José Vliegen-Boerenkamps begonnen niet van de ene op de andere dag. Al tientallen jaren voelde ze de gevolgen van een oude handbalblessure. Ongeveer vijf jaar geleden werd de pijn erger, vooral tijdens langere wandelingen en bij traplopen met iets zwaars in haar handen. Een bezoek aan de fysiotherapeut bracht onvoldoende verbetering. Uit verder onderzoek bleek dat haar knie ernstig versleten was.
Toch voelde een knieoperatie op dat moment nog als een te grote stap. “In het dagelijks leven kon ik eigenlijk nog veel. Ik had ’s nachts geen pijn en kon mijn knie goed buigen. Alleen bij langere afstanden kreeg ik klachten. Voor een dagje carnaval of een actieve vakantie nam ik vooraf ibuprofen. Je past je ongemerkt aan en leert leven met de pijn.”
Dat veranderde toen ze stopte met werken en een kleinkind kreeg. Ze wilde graag met haar kleinkind kunnen wandelen en zonder angst de trap op en af. “Ik merkte dat ik na een halfuur lopen echt pijn kreeg. Ook was ik bang dat ik met mijn kleinkind in mijn armen door mijn knie zou zakken. Toen zei mijn man: vraag de huisarts om een verwijzing naar Cortoclinics.”
Bij Cortoclinics kwam ze terecht bij orthopedisch chirurg dr. Frank Jonkers. De slijtage op de beelden was duidelijk: een nieuwe knie was medisch gezien een passende behandeling. Maar de beslissing bleef aan haar.
“Frank zei: ‘Ik weet niet hoeveel pijn jij voelt.’ Dat vond ik heel eerlijk. Een foto kan ernstige artrose laten zien, terwijl iemand relatief weinig klachten ervaart. Of andersom. Het blijft een heel persoonlijk verhaal.”
Ze nam thuis de tijd om alles te overdenken en besloot uiteindelijk voor de operatie te kiezen. Tussen haar eerste afspraak en de ingreep zat ongeveer twee maanden. De Patient Journey App hielp haar zich stap voor stap voor te bereiden. “Je komt vóór de operatie maar een paar keer naar de kliniek. Toch had ik door de app niet het gevoel dat ik ertussenin aan mijn lot werd overgelaten. Je krijgt precies te zien wat je moet regelen, welke medicijnen en hulpmiddelen nodig zijn en wat je kunt verwachten. Dat gaf rust.”
Tegen de operatie – uitgevoerd door dr. Nanne Kort – zag ze niet bijzonder op. “Ik dacht: wat andere mensen kunnen, kan ik ook.” De eerste nacht na de ingreep viel echter zwaar. Omdat ze allergisch is voor paracetamol, moest de pijnstilling worden aangepast. Bovendien was ze pas laat in de middag geopereerd en kon ze door de ruggenprik die dag nog niet uit bed.
“Die nacht was pittig. Gelukkig was de verpleegkundige dichtbij en kon ik steeds bellen. Ook is er ’s nachts een arts aanwezig. Dat gaf een veilig gevoel.”
De volgende ochtend zette ze haar eerste stappen. Dat vond ze spannend, maar ze kreeg te horen dat de knie direct stabiel was en dat ze erop mocht staan. “Toen ik eenmaal wist dat ik er niet doorheen kon zakken, durfde ik mijn gewicht erop te zetten. Het lopen en traplopen gingen eigenlijk veel gemakkelijker dan ik vooraf had verwacht.”
Eenmaal thuis begon de revalidatie met haar fysiotherapeut. De oorspronkelijke artrosepijn was meteen verdwenen, maar de geopereerde knie voelde stijf en de buiging bleef achter bij wat ze gewend was. Vooral dat laatste hield haar bezig.
“Ik had verwacht dat ik snel weer zou kunnen fietsen, maar dat duurde bij mij ongeveer drie maanden. Bij de fysiotherapeut zag ik mensen die na drie weken alweer fietsten. Dan ga je jezelf vergelijken. Mijn fysiotherapeut bleef zeggen dat ieder herstel anders verloopt en dat ik niets moest forceren. Maar ik vond het lastig om de balans te vinden tussen genoeg bewegen en te veel doen.”
Toen haar litteken onrustig werd, stuurde ze Cortoclinics een foto. Binnen enkele uren kreeg ze een reactie en werden medicijnen voorgeschreven. “Ik had meteen iemand aan de lijn en kon langskomen als ik dat wilde. Juist na de operatie vond ik die bereikbaarheid heel waardevol. Als je je zorgen maakt, wil je niet pas weken later terechtkunnen.”
Ongeveer een halfjaar na de operatie merkte ze tijdens carnaval voor het eerst hoe ver ze was gekomen. Ze liep mee in de optocht, sprong en huppelde, en had geen pijn in haar knie. Daarna kon de fysiotherapie worden afgebouwd van twee naar één keer per week.
“Toen dacht ik ineens: eigenlijk gaat het heel goed. Een jaar na de operatie liet mijn fysiotherapeut me met twee benen op een verhoging springen. Ik twijfelde of ik het durfde, maar het lukte. Voor de operatie kon ik niet rennen; nu zou ik dat weer kunnen als het nodig was.”
Haar knie buigt niet meer precies zoals vroeger en na lang zitten of staan voelt hij soms nog stijf. Ze blijft daarom oefeningen doen en merkt bij het fietsen dat de eerste paar omwentelingen wat stroever gaan. Daarna is het goed.
“In het begin richtte ik me vooral op wat nog niet lukte. Pas later besefte ik wat ik ervoor had teruggekregen: ik heb geen pijn meer. Ik denk dat ik echt een jaar nodig had om de nieuwe knie te leren kennen en te accepteren dat het herstel tijd kost.”
Zou ze de operatie nu aanraden? “Een halfjaar geleden had ik daar nog over getwijfeld. Nu zeg ik volmondig ja. Uiteindelijk ben ik heel blij dat ik het heb gedaan.”